At je wel eens rendang? Dat is stoofvlees op Indonesische, of — als je uit Nederland komt — Indische wijze. De originele versie komt van het eiland Sumatra. Het wordt er geserveerd bij feestelijke gelegenheden. Momenteel misschien weinig reden tot feesten, maar zo’n kruidig stoofpotje, dat smaakt altijd. Zeker op een grijze januaridag.
Je kan ervoor kiezen om de rendang ‘nat’ te laten, zodat er nog saus aanwezig is. Of je kan ‘m helemaal inkoken, waardoor het vlees karamelliseert in de pan, een extra smaakervaring! Het is voor die laatste dat ik koos.
Het recept kreeg ik doorgestuurd van een Indonesiër, inclusief Indonesische benamingen voor alle kruiden. Ik heb wat moeten googelen om alle ingrediënten te begrijpen, dus hierbij alvast een verklarende woordenlijst:
Rendang serveer je met rijst, groenten en tafelzuur. Die laatste kan je gemakkelijk zelf maken. Ik geef een eenvoudig receptje mee voor zoetzure komkommers. En als je van pittig houdt, mag een extra schepje sambal ook niet ontbreken!
Voor de zoet-zure komkommer:
Kook de rijst gaar. Snij de lente-ui in schuine ringen.
Serveer de rendang met de komkommersalade, rijst, lente-ui, een schijfje limoen, chilipepertjes en eventueel extra sambal oelek.